PAULIEN

‘Wat er ook gebeurt, zie ons als ouders’

Tot 2001 werkte ik als verpleegkundige op een consultatiebureau. Ik deed het met hart en ziel. Nu nog kom ik wel eens ouders tegen die zeggen dat ze echt wat hebben gehad aan een advies van mij. Dat is leuk om terug te krijgen. Maar wat ik nooit terug hoor is bij welke ouders ik de plank heb misgeslagen. Dat voelt gek, want ik ga ervan uit dat dat wel eens gebeurd zal zijn. 

Iets van een antwoord heb ik toch gekregen, maar dan in algemene zin, toen ik ja zei op de vraag of ik een boek wilde maken met verhalen van ouders bij wie het mis is gegaan. Ouders die te maken hebben gehad met professionals die zich zorgen maakten over de veiligheid van de kinderen. 

Ik heb sindsdien met veel ouders gesproken en iedere keer was ik weer geraakt door het vertrouwen dat ze me gaven.

Eén verhaal dat ik te horen kreeg staat me helder voor ogen, iedere keer weer als ik aan al die ouders denk. Het gaat om Fred (niet zijn echte naam). Hij vertelde, af en toe drinkend uit een mok waar ‘Pappa’ op stond, dat hij vrachtwagenchauffeur was en zijn vrouw voor hun twee kinderen had gezorgd. Hij had niet gelijk in de gaten gehad dat zij de zorg voor de kinderen, het huishouden en de dieren niet aankon.

Want als hij zijn eigen kamertje en zijn eigen speelgoed zou zien, zou hij weer terug naar huis willen.

Toen hij inzag dat er echt wat aan de hand was, stond het water hen al bijna aan de lippen. Ze wilden graag hulp van professionals die hun gezin konden ondersteunen. Wat ze kregen was een keer per week een gesprek, wat niet hielp.

Toen het echt niet meer ging, kregen ze het aanbod om de kinderen van 4 en 2 jaar een tijdje onder te brengen bij pleegouders. Daar zeiden ze ja op. De kinderen hebben sindsdien niet meer thuis gewoond.

Eén ervaring bleek Fred nog steeds dwars te zitten. Zijn zoon en dochter waren onder begeleiding van een gezinsvoogd thuis op bezoek toen Fred zag dat het zijn zoontje te veel werd. Hij wilde zijn zoon even naar boven brengen, maar dat mocht niet van de gezinsvoogd omdat daar een verkeerd signaal van hoop vanuit zou gaan. Want als hij zijn eigen kamertje en zijn eigen speelgoed zou zien, zou hij weer terug naar huis willen.

Fred zette toch door, omdat hij uit ervaring wist dat op deze manier een driftbui te voorkomen was.

Dat is hem duur komen te staan, want daarna mochten zijn kinderen niet meer thuiskomen. Het was er te onveilig, vond de gezinsvoogd.

Wat Fred nog het meeste stak is, dat hij niet gezien is als ouder. Wie kende zijn zoontje nou het best? Fred begreep hem, omdat hij zelf ook de neiging heeft om zich terug te trekken als het te veel wordt. Dat zijn zoon niet naar boven mocht, en daardoor keihard tegen het nee van de gezinsvoogd aanliep, dat vond hij pas onveilig.

Met het verhaal van Fred in mijn hoofd, reed ik naar huis terug. Een herinnering aan mijn consultatiebureautijd kwam bij me boven: ouders die hun kind met macrobiotische voeding grootbrachten, liefdevol en nauwgezet. Ik mocht ze graag, maar vond ze ook wat afwerend. Van meet af aan voelde ik dat die voeding hen heilig was, en dat ik daar niet aan mocht komen.

Het gewicht van het kindje zat op het onderste percentiel. Geen reden om bezorgd te zijn, want het was levendig en energiek. Maar toen de gewichtscurve steeds meer naar beneden begon af te wijken werd ik ongerust en heb ik aangekaart dat we het over de voeding moesten hebben. Op dat moment ging de deur dicht bij deze ouders. Kennelijk had ik iets fout gedaan en ze zijn nooit meer teruggekomen.

Wat Fred nog het meeste stak is, dat hij niet gezien is als ouder. Wie kende zijn zoontje nou het best?

Heb ik deze ouders hetzelfde gevoel gegeven als Fred had bij die gezinsvoogd? Heb ik hen het idee gegeven dat ik degene was die het beter wist en ging vertellen hoe het moest en zij niets meer in te brengen hadden? Ik weet het niet.

Het enige wat ik weet is dat ik het graag over zou doen na alle lessen die ik geleerd heb van de ouders die ik sprak. Les 1 is: zie en hoor ons als ouder! Ook als het misgaat, zij zijn en blijven de ouders.

Sommige ouders hebben het gevoel dat een keuze voor de veiligheid van het kind, automatisch een keuze tégen hen is. Terugkijkend vrees ik dat de macrobiotische ouders dat zo gevoeld moeten hebben. Terwijl ik alleen maar in gesprek wilde gaan over hun goede zorgen en mijn ongerustheid, om dan samen te kijken wat te doen. Door direct over de voeding te beginnen, was die kans verkeken.

Het stemt me nederig. Leren gaat met vallen en opstaan, daarin verschillen professionals niet van ouders.

Samen met Herman Baartman schreef Paulien Bom het boek ‘Als het misgaat thuis. Verhalen van ouders.’  Hiervoor sprak ze 22 ouders.

Download het verhaal als pdf


30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 18 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’