MARJOLEIN

‘Kijken door de ogen van het kind’

“Kijken door de ogen van het kind: hierin heb ik altijd geïnvesteerd als jeugdbeschermer. Van twee zusjes in het bijzonder heb ik op dit vlak veel geleerd. Ruim zestien jaar had ik hen onder mijn hoede. Toen ik voor het eerst bij het gezin op huisbezoek ging na de ondertoezichtstelling, was Romy anderhalf en Syl drie jaar oud. Hun ouders maakten de hele tijd ruzie, het huis was half aangekleed. Na een half uur dacht ik: neem ik deze meisjes direct mee of kijk ik het aan?

Ik koos voor het laatste, ook omdat ik voelde dat ik niet veilig weg zou komen met de kinderen. Eén van de duivelse dilemma’s van een jeugdbeschermer. Een andere, belangrijke reden is, dat ik wilde onderzoeken wat de ouders nodig hadden om hun opvoedkundige taken uit te kunnen voeren. Ik maakte afspraken met hen over taken binnen het gezin en het huishouden. De meisjes bezochten een Medisch Kinderdagverblijf, er kwam onder andere gespecialiseerde gezinsopvang, maatschappelijk werk, thuishulp. Maar toch was dit niet afdoende om de ontwikkeling van de meiden te garanderen.

Het besluit tot uithuisplaatsing maakte de vader furieus, de bedreigingen waren niet van de lucht. De meisjes konden terecht bij hun opa en oma op wie ze erg gesteld waren.

‘Dankzij hun vragen leerde ik hen, zo jong als zij waren, mee te nemen in mijn besluiten’

Nadat de grootouders hun caravan verruilden voor een nieuwbouwwoning, waren zij officieel in staat om pleegzorg te bieden. De ontmoetingen tussen dochters en ouders vonden onder onze begeleiding plaats, eerst bij de ouders thuis, en later, toen zij op straat zwierven, bij het Leger des Heils.

Wanneer Syl en Romy rond de tien jaar zijn, vertellen de ouders dat moeder in verwachting is. Het eerste wat de meiden hierover tegen mij zeggen, is: ‘De baby mag niet bij papa en mama blijven, hoor, want zij kunnen het niet.’ Of: ‘Mama wil het wel, wat vind jij Marjolein?’ En, heel ontroerend vond ik: ‘Mag de baby na de geboorte wel even bij mama zijn?’ Dankzij hun vragen leerde ik hen, zo jong als zij waren, mee te nemen in mijn besluiten. Dit ervoer ik als boeiend en ingewikkeld tegelijk. Ik maakte het mijn gewoonte om hen ook te bevragen: ‘Heb ik het duidelijk uitgelegd? Ben ik iets vergeten?’ Zo werden de uiteindelijke beslissingen voor de kinderen acceptabel. Op dezelfde manier werkte ik met ouders en grootouders. Wat ik beloofde, deed ik en kreeg ik dit niet voor elkaar, dan legde ik dit uit. Ik heb de ouders nooit losgelaten, hoe zij zich ook gedroegen.

Tot mijn enorme verbazing

De baby werd direct na zijn geboorte naar een pleeggezin overgeplaatst. De meisjes hadden al geruime tijd voor de bevalling met zijn pleegouders kennisgemaakt en hun kunnen vragen wat zij wilden. Ook hun wens om over en weer bij elkaar op bezoek te komen, werd positief beantwoord.  

Op alle mogelijke manieren hebben de ouders mij verrast. Tijdens de zitting over de onttrekking van het gezag zeiden zij tot mijn enorme verbazing: ‘Wij gaan akkoord, mits Marjolein de voogd van onze zoon wordt. Zij kent ons, zij weet alles.’ Ik had me goed kunnen voorstellen dat zij mij iets heel anders toewensten.

Voor de meisjes was het moeilijk dat hun ouders zich niet aan de bezoekregeling voor de baby hielden. Hierover stelden zij mij geregeld vragen. Welke antwoorden kunnen zij aan?, woog ik. Alleen die waarnaar zij gevraagd hebben, leerde ik. Niet teveel vertellen.

Romy was veertien toen ze aangaf dat zij het contact met haar ouders wilde verbreken. Weer: wat ziet zij, wat heeft zij nodig? Vanuit mijn visie zou ik zeggen: ‘Doe het niet, de band tussen ouder en kind is zo belangrijk, houd contact, al is het minimaal.’ Maar Romy voelde continu een claim van haar ouders. Ze waren zo trots op haar. Zij redde zich goed op school en daarbuiten, was veel begaafder dan hen. Romy bekende dat zij zich schaamde voor haar ouders, ze had het gevoel dat zij door hen geremd werd in haar ontwikkeling. Daarnaast was ze hun loze beloften moe. Ze vroeg me of ik haar wilde ondersteunen tijdens het gesprek met haar ouders. ‘Jullie houden zichtbaar van elkaar’, kon ik na Romy’s boodschap uitleggen, ‘maar zij heeft deze afstand nu even nodig.’ De lading ging er zo vanaf.

Een jaar later gaf Romy aan dat zij weg wilde bij haar oma, opa was inmiddels overleden. Oma was heel liefdevol, maar kon haar niet bieden wat zij nodig had. Ik had gewacht tot zij zelf met deze vraag zou komen.

‘Ik vind het bijzonder hoe open en eerlijk deze kinderen zijn. Ik heb veel van hen geleerd’

Ze wilde graag naar de zus van haar opa, waar ze de aandacht, verantwoordelijkheden en begrenzing kreeg die zij nodig had. Syl, die een lichte beperking heeft en graag grenzen opzocht, ging in die periode begeleid wonen.

‘Hoe kijken jullie terug op alle besluiten?’

Vlak voor mijn pensioen heb ik een laatste keer met hen om tafel gezeten. Romy was nog net geen achttien. Zij had het contact met haar ouders kort ervoor hersteld. ‘Hoe kijken jullie terug op alle besluiten?’, vroeg ik. ‘Jij bent altijd in ons leven geweest’, zei Romy. ‘In overleg met ons heb je alle beslissingen genomen.’ Ik vond het schokkend en droevig tegelijkertijd. Syl gaf aan dat zij mijn begrenzing moeilijk had gevonden. ‘Vind je dat ik iets anders had moeten doen?‘ ‘Ik weet waarom je het deed’, antwoordde ze. ‘We hebben er samen over gesproken, maar leuk vind ik het niet.’

Ik vind het bijzonder hoe open en eerlijk deze kinderen zijn. Ik heb veel van hen geleerd: door hun ogen kijken, hen om hulp vragen en transparant zijn. Ook mijn rapportages besprak ik met hen. Zij dwongen mij tot nadenken en reflectie.”

Marjolein is oud-jeugdbeschermer

Download het verhaal als pdf


30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 16 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.