Marcia

‘Vaak gaan we voor het veiligste, maar is dat ook het beste’

Twintig jaar geleden was ik gezinsvoogd van een jongetje dat volgens artsen zo was mishandeld door zijn ouders dat hij een ernstige lichamelijke en verstandelijke beperking had opgelopen. Er is nooit duidelijk geworden wat er precies is gebeurd. Wel was duidelijk dat de moeder drugs gebruikte en af en toe van de kaart was. Toen ze zwanger bleek te zijn van een tweede kind is een voorlopige ondertoezichtstelling uitgesproken. Direct na de geboorte is het kindje uit huis geplaatst en ondergebracht in een pleeggezin.

De pleegmoeder had al veel pleegkinderen in huis gehad, die ze allemaal naar volwassenheid had begeleid. Ze had besloten om geen pleegkinderen meer aan te nemen, behalve voor kortdurende crisisplaatsingen zoals nu het geval was.

Dit meisje was verslaafd geboren. Vanaf de eerste dag heeft de pleegmoeder haar bij zich gedragen in een draagdoek. Ze deed haar best om deze kwetsbare baby weer in balans te krijgen en het meisje gedijde goed bij haar.

Kort daarna kwam de zaak voor de rechter. De vader was vooral boos. Boos op de rechter, op mij, op Nederland.

Ze had besloten om geen pleegkinderen meer aan te nemen, behalve voor kortdurende crisisplaatsingen.

En boos op zijn vrouw, die het in zijn ogen zo ver had laten komen. Hij had gedreigd om het kindje mee te nemen naar zijn familie in zijn land van herkomst. De plaatsing was daarom geheim. De ouders wisten niet waar hun kindje woonde.

De moeder gaf aan zelf voor het kindje te willen zorgen. De rechter gaf mij de opdracht om een plek te zoeken waar de moeder kon laten zien dat zij daartoe in staat was. Ik vond dat mooi, want ik voelde de liefde van deze ouders voor hun kind. Maar ik vond het ook spannend. Er was wel wat gebeurd met het broertje en ik voelde de verantwoordelijkheid dat dat niet opnieuw mocht gebeuren.

Ik vond snel een plek in een ouder-kindhuis. Maar de pleegmoeder vond dat de moeder eerst het meisje moest leren kennen. Na gesprekken met de ouders besloten we om, ondanks de dreiging van de vader, toch de ouders te vertellen waar hun kindje woonde. De moeder is iedere dag naar de pleegmoeder gegaan. Hoe gaat het met de voeding, hoe kan je dit meisje troosten, hoe doe je haar in een badje? Na drie weken heb ik moeder en kind afgezet bij het ouder-kindhuis. Daar kreeg de moeder intensieve begeleiding bij het leren opvoeden van haar kind.

Er was een duidelijke regel: geen drank en drugs. In de eerste paar weken was de moeder goed op weg, maar toen bleek bij een urinecontrole dat ze drugs had gebruikt. Ze kreeg een waarschuwing, maar ging snel daarna opnieuw in de fout. Diezelfde dag nog moest ik het kind ophalen.

Ik moest snel een plek vinden voor het meisje en kon maar één ding bedenken: de pleegmoeder. Ik wist dat zij geen langdurige plaatsing meer wilde. Maar toen ik haar belde zei ze direct ja.

De plaatsing had ik eigenlijk moeten aanvragen via een pleegzorgcentrale, maar het was spoed en ik heb het direct met de pleegmoeder geregeld. Daar heb ik gedoe over gehad. Maar ik deed dat vanuit een gevoel van verantwoordelijkheid. Dit meisje was verslaafd ter wereld gekomen. We hadden nog één kans om haar een goede basis te geven.

Vrij snel heb ik aan de ouders verteld waar hun kindje was en daarmee opnieuw het risico genomen dat de vader zijn dochter zou komen ophalen. Maar de pleegmoeder was vanaf het begin duidelijk over de betrokkenheid van de ouders: als dit meisje een jaar of twaalf is, moet zij zelf op haar fiets naar haar ouders kunnen gaan als ze dat wil. Ik vind dat een prachtige invulling van het pleegouderschap: “Ik wil in alle opzichten jouw moeder zijn, maar ik weet altijd dat je het kind van een ander bent.”

We hebben een bezoekregeling opgestart. In het begin waren de pleegmoeder en ik er allebei bij, later alleen de pleegmoeder. Ik ben nog één tot twee jaar betrokken geweest. Het laatste dat ik gehoord heb, is dat het kindje een uurtje alleen bij haar ouders kon zijn.

Ik weet niet hoe het verder gegaan is, maar terugkijkend denk ik dat we dit meisje een goede basis hebben kunnen geven. We hebben daarvoor wel allemaal een moeilijke stap moeten zetten. Van de vader hebben we gevraagd om zich over zijn schaamte en eergevoel heen te zetten. Om te accepteren dat zijn dochter in een pleeggezin woonde.

Ik wist dat zij geen langdurige plaatsing meer wilde. Maar toen ik haar belde zei ze direct ja.

De moeder heeft haar verlies moeten nemen en moeten ervaren dat het opvoeden haar niet lukte. Daarin moest zij ook de boosheid van haar man trotseren.

De pleegmoeder was echt niet meer van plan om zich voor vele jaren te verbinden aan een kind. Maar ze heeft dat toch gedaan. En ik heb het risico moeten nemen dat de vader niet meer kon verdragen wat er met zijn kind gebeurde en dat hij de daad bij het woord zou voegen. Maar ik vond dat dit meisje de beste plek moest krijgen.

Ik weet niet of dat in deze tijd nog kan. De jeugdbescherming is er erg op gericht om kinderen weg te houden van risico’s. Maar waar willen we een kind naartoe brengen? Vaak gaan we voor wat het veiligste is voor een kind. Maar is dat ook het beste?

Deze pleegmoeder ben ik daarom nooit vergeten. Zij wilde het meisje niet weghouden van de ouders, zelfs niet van een moeder die pillen slikte en een vader die dreigde haar mee te nemen. Zij wilde het meisje naar een toekomst brengen waarin de ouders juist weer een rol spelen. Ze keek niet naar wat het meest veilig was, maar zocht naar wat het beste was.

Download het verhaal als pdf

30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 23 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.