MAARTEN over ‘OPA’

‘Had ik anders kunnen handelen?’

We kregen bij Veilig Thuis een anonieme melding. In een gezin met twee meisjes en een jongen zouden grensoverschrijdende dingen op seksueel gebied gebeuren. Door een familielid van moederskant.

Ik ging bij het gezin langs. Terwijl ik daar op de bank zat, viel me snel op dat er hulp nodig was. Ik zag twee ouders die betrokken waren, maar
ook onmachtig. Ik zag hoe weinig structuur ze konden bieden, en hoe ze waarschuwingen maar bleven herhalen. De ouders hadden zelf geen gelukkige jeugd gehad, met een verleden in internaten. Ik zag de risicofactoren zich opstapelen.

Ik probeerde vooral aansluiting te vinden bij de ouders. Niet oordelen, maar samen met hen kijken waaraan zij en de kinderen behoefte hadden. De ouders stonden gelukkig open voor hulp en er kwam snel ambulante hulpverlening in het gezin.

Ik was echter naar het gezin toegegaan vanwege de melding en nam contact op met het betreffende familielid. Na een gesprek werd mij snel duidelijk dat het verhaal van de melder niet klopte.

Maar vindt u het niet kwetsbaar, vroeg ik hem, een alleenstaande man met zo veel jonge kinderen?

In mijn gesprekken met de ouders en de kinderen kwam ook een huisvriend ter sprake, die de meisjes ‘opa’ noemden. Zij kwamen regelmatig bij deze huisvriend en bleven daar ook weleens slapen. Omdat hij zo’n belangrijke rol in hun leven speelde, voelde ik de behoefte om met hem te spreken.

Met de ouders ging ik naar hem toe. Toen ik daar binnenkwam, kreeg ik een onderbuikgevoel. Hier klopte iets niet. Maar ik kon dat gevoel niet onderbouwen. Opa was een aardige man, bij wie vaker kinderen over de
vloer kwamen. De ouders hebben het zwaar, zei hij, dus ik help ze graag door de meisjes hier op te vangen.

Maar vindt u het niet kwetsbaar, vroeg ik hem, een alleenstaande man met zoveel jonge kinderen? Hij snapte goed wat ik bedoelde. Ik heb de man nagetrokken bij de politie. Er bleek een zedenzaak te hebben gespeeld in een ver verleden, maar die was geseponeerd.

Ik heb de situatie intern besproken. Dit zijn de feiten die ik had. Ik kon het vermoeden niet bevestigen. Op school deden de kinderen het redelijk. Er was hulpverlening in het gezin. Mijn onderbuikgevoel was niet weg. Maar dit was wat ik op dat moment kon doen.

Wel heb ik tegen de ouders gezegd dat ze hun kinderen misschien niet meer bij deze huisvriend moesten laten slapen.

Drie maanden later heb ik weer contact opgenomen met de ouders en de hulpverlener. Het bleek aardig te gaan. De ouders waren tevreden over de hulpverlener en het ging nog steeds goed op school.

De huisvriend maakte zich zorgen

Weer een paar maanden later belde de vader mij. De ouders hadden besloten dat de kinderen niet meer naar deze huisvriend zouden gaan. Maar de vader was bang dat hij hier niet zomaar mee akkoord zou gaan. Kort daarna belde de huisvriend mij om te zeggen dat hij zich zorgen maakte. Een van de meisjes zou hem in vertrouwen hebben verteld dat haar vader haar regelmatig sloeg. De huisvriend wilde echter geen melding doen, maar het liever zelf met de ouders oplossen.

Kort daarna had ik een voicemailbericht van de politie. Op de achtergrond hoorde ik de oudste dochter schreeuwen. Zij was weggelopen naar deze huisvriend. Ze was door haar vader geslagen en wilde niet meer terug naar huis.

Shit, dacht ik. Had die huisvriend toch gelijk? Ik had het helemaal verkeerd ingeschat. Dit meisje zou regelmatig een pak slaag van haar vader krijgen. Ik ben ook maar een mens, ik maak ook fouten. En ik heb regelmatig twijfels. Dat hoort bij ons werk.

Toen kwam die zondagavond. Ik vergeet dat moment nooit meer. Ik zat aan tafel en kreeg een voicemailbericht van de moeder. Kan je me met spoed bellen? Foute boel, dacht ik. Ik kreeg een huilende moeder aan de telefoon. De meisjes zijn gaan praten, vertelde ze. Het bleek om de huisvriend te gaan. Al jarenlang.

Op dat moment voelde ik me heel erg schuldig. Hoe kan het dat ik dat niet had gezien? Ik had een onderbuikgevoel, maar kon dat niet feitelijk onderbouwen. Had ik anders kunnen handelen?

Toen kwam die zondagavond. Ik vergeet dat moment nooit meer. Kan je me met spoed bellen?

Er is snel hulpverlening op gang gekomen, voor de kinderen en voor de ouders. Ik heb het gezin onlangs nog gesproken, en het gaat redelijk goed. De kinderen krijgen goede traumagerichte therapie. Die kunnen er weer bovenop komen.

Het goede aan deze zaak is dat het misbruik uiteindelijk is gestopt. Maar dit moment raakt me nog steeds. Twee meisjes die aan hun moeder vertellen wat er jarenlang aan de gang is geweest. Ik heb de kans gehad om daar iets aan te doen. Ik ben daar even binnen geweest en heb kunnen aanvoelen dat er iets niet klopte. En ik ben onvoldoende in staat geweest om de kinderen en de ouders hiervoor te behoeden.

Op de vraag of ik iets anders had kunnen doen, weet ik het antwoord nog niet. Ik heb geleerd dat ik geduld moet hebben om die vraag te beantwoorden. Misschien weet ik het antwoord volgende week, misschien als ik met pensioen ga. Misschien wel helemaal nooit.

Maarten is medewerker bij Veilig Thuis

Download het verhaal als pdf


30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 12 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.