JUDITH

‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’

“Waren deze mensen in staat om na de bevalling voor hun kindje te zorgen? Nadat alle zeven hulpverleners hun zorgen hadden uitgesproken, vertelde de aanstaande vader over zijn eigen jeugd. Hij huilde zonder tranen, zijn stem trilde. Hij wilde wat hem was aangedaan goedmaken door zijn eigen kind een gelukkige jeugd te geven. Zijn verdriet raakte me diep en zijn verlangen herkende ik. Op slag voelde ik hoe de vertrouwensarts in mij plaatsmaakte voor de medemens, die deze man zijn kind, zijn geluk gunde. Maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

De mevrouw was al 36 weken zwanger toen wij als Veilig Thuis betrokken werden. We moesten snel handelen. Bij dit stel speelden veel risicofactoren, zoals een strafblad, psychiatrische, lichamelijke en financiële problemen. Hun relatie was tamelijk pril, ze kenden elkaar net een jaar. Al jaren liepen er verschillende hulpverleners om beiden heen. Best pittig zou het voor hen zijn om ook nog eens een kindje op te voeden. De hulpverleners die betrokken waren, verschilden hierover van mening.

Tijdens dit eerste huisbezoek begin oktober was de meneer de kerstversiering al aan het ophangen. Hij zei: ‘Dadelijk krijg ik een kindje en heb ik nergens meer tijd voor, maar dit kindje moet wel een gezellige kerst hebben.’ Als ik dit nu zo vertel, raakt me zijn wens om het goed te doen direct weer.

‘Het lukte me tijdens dit gesprek niet om stelling te nemen.’

Tussen de dozen met kerstspullen door liepen wij, de zeven hulpverleners, met hem mee naar de eettafel. Hij maakte voor iedereen koffie en thee. Zijn hoogzwangere vriendin en enkele (pleeg)familieleden zaten er al. Ik nam plaats op een klein krukje aan de kopse kant van de tafel. Nadat hij over zijn jeugd had verteld, smeekte hij ons om hen een kans te geven als ouders. Zijn pleegmoeder, die hem gered had, zo vertelde hij, keek hem liefdevol aan. Zij gunde het stel deze kans ook zo.

Als ik hier alleen had gezeten, zou ik het belang van het kind bijna zijn vergeten. En precies ditzelfde leek te gebeuren bij meer hulpverleners. Ik merkte dat ik in mijn taal en benadering minder concreet werd. Ik zei vage dingen, zoals: ‘We gaan kijken of HET lukt.’ HET? In plaats van: ‘We gaan kijken of jullie het kindje voldoende en op tijd te eten geven, passend aankleden en op tijd opstaan om voor hem te zorgen.’ Het lukte me tijdens dit gesprek niet om stelling te nemen.

Gelukkig was er een ervaren collega mee, die hiertoe wel in staat was. Afgesproken werd dat het kindje bij hen in huis een start mocht maken mits er 24/7 een naaste bij hen in huis zou zijn die hen hielp.

Wat ik beloofd had, kon ik nu al niet waarmaken
Ik vond het zo fijn dat wij dit als aanbieding konden doen en stelde voor dat ik een helder plan voor de baby zou maken. Als jeugdarts, een baan die ik net had opgegeven om vertrouwensarts te worden, beschikte ik immers over ruime ervaring met baby’s. Ik zou pictogrammen en makkelijke taal gebruiken. Maar toen ik drie minuten bezig was met deze lijst, wist ik: dit is onmogelijk. Want wat doe je als een baby huilt? Moet je dan opstaan om hem te troosten? Of juist eten geven, een luier verschonen of even laten huilen, zodat hij weer in slaap kan vallen? Ik was een gebruiksaanwijzing aan het maken van een kindje dat nog niet geboren was en dat iedere dag verandert. Wat ik beloofd had, kon ik nu al niet waarmaken.

Ik realiseerde me dat ik de meneer had willen redden, het verdriet in de ruimte wilde wegpoetsen… Er kwam een steen op mijn maag te liggen. Een paar weken na de geboorte zijn wij alsnog naar de Raad van Kinderbescherming gegaan vanwege alle zorgen en signalen.

Voor deze ouders was het zoveel beter geweest als wij na het eerste gesprek hadden gezegd: ‘Er zijn te veel zorgen en als hulpverleners zitten wij niet op een lijn. Daarom laten we meteen de Raad van de Kinderbescherming met ons meekijken. Hierbij hebben wij niet de intentie om het kindje van jullie af te pakken, maar wel willen we kijken wat jullie nodig hebben om zoveel mogelijk zelf voor het kindje te kunnen zorgen.’

‘Ik weet nu hoe het voelt als ik ergens word ingezogen en welk effect dit op mij heeft.’

Dan hadden die ouders op dat moment een heel vervelende boodschap gehad, maar daarna hadden zij er mogelijk steeds iets bij kunnen winnen: dit gaat goed, dus dat mogen jullie nu zelfstandig gaan doen. Nu hebben de zachte heelmeesters hen steeds iets meer afgepakt. Hoorden ze keer op keer wat er niet goed ging. De meneer heeft er, denk ik, een nieuwe wond bij.

Ik werkte net een maand als vertrouwensarts toen dit gesprek met deze aanstaande ouders plaatsvond. Deze ervaring heeft ervoor gezorgd dat ik twintig stappen vooruit heb gezet in mijn leerproces. Ik weet nu hoe het voelt als ik ergens word ingezogen en welk effect dit op mij heeft. Ik heb ervan geleerd dat ik iemand niet help door mee te lijden. Hulp bieden betekent leiding durven nemen en liefdevol grenzen stellen. Compassie ben ik blijven houden met mensen, maar ik zeg geen dingen meer die de ander valse hoop kunnen geven.”

Judith is vertrouwensarts bij Veilig Thuis

Download het verhaal als pdf

30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 19 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.