ESTHER over DAVE

‘Mijn ouders gaven onze pleegbroer niet op’

Dave was 7 jaar toen hij bij ons binnenstapte. Alhoewel mijn ouders alleen de grote lijnen van zijn verhaal kenden, was het wel duidelijk dat hij al veel had meegemaakt.

Ons gezin bestond destijds uit mijn ouders, mijn tweelingzus, mijn jongere zusje en ik. Mijn ouders vingen al eerder kinderen op, als crisisopvang. Wij vonden dat wel gezellig, maar natuurlijk gebeurde er ook wel eens wat. Al vrij jong beseften we dat het niet vanzelfsprekend is, dat je het goed hebt thuis. We waren ‘vroegwijs’.

Vechten voor zijn plek

Dave kwam bij ons om te blijven. Wat mijn ouders betreft was hij vanaf het begin lid van ons gezin. Zelf was hij daar nog niet van overtuigd. Als baby was hij in een pleeggezin geplaatst. Toen hij nog geen drie jaar oud was, werd daar een kindje geboren en was Dave niet meer welkom. Het ‘er niet mogen zijn’ was voor hem een belangrijk thema. Hij moest vechten voor zijn plek en dat deed hij: letterlijk. Hij ging de strijd aan. Vooral met mij, zijn twee jaar oudere zus. Als oudste liet ik mijn plekje niet zomaar afpakken. We vlogen elkaar regelmatig letterlijk in de haren.

Toch ging het niet goed. Het lukte Dave niet om rustiger te worden, zich veilig te voelen in de gezinssetting. ‘Mijn ouders gaven onze pleegbroer niet op.’

En toen werd mijn moeder zwanger. Dat was héél eng voor Dave. Zo van: mijn plek wordt weer ingeruild. Onze ouders waren zich daarvan bewust. Ze spraken met ons en namen Dave heel bewust mee in de komst van de baby: ‘Je bent de grote broer van dit mannetje’. Die twee hebben tot op de dag van vandaag een sterke band.

Toch ging het niet goed. Het lukte Dave niet om rustiger te worden, zich veilig te voelen in de gezinssetting. Hij bleef in de aanval gaan en er was elke dag ruzie, vooral met mij. Op mijn beurt ergerde ik me aan hem: hád hij weer eens in zijn bed geplast. Als twaalfjarige vond ik het allemaal maar stom. We moesten ons gewoon aanpassen, hij toch zeker ook. Het ontwrichtte het gezin. Toen ons babybroertje anderhalf was, besloten mijn ouders en de hulpverlenende instanties dat Dave ergens anders ging wonen.

Dat nieuws sloeg in als een bom. Ik dacht dat het door mij kwam dat Dave uit huis ging. Ik vocht immers terug! Jaren durfde ik hem niet de ogen te kijken. Toen ik me tien jaar later realiseerde dat ik me nog steeds schuldig voelde, heb ik dat met mijn moeder besproken: ‘waarom hebben jullie het er nooit met mij over gehad waarom hij weggegaan is?’. ‘Dat hebben we wel degelijk gedaan’, zei ze. Kennelijk heb ik het niet kunnen horen of verwoorden. En dus ook niet kunnen verwoorden naar Dave: ‘hoe was het voor jou?’

Nieuwe gezinssetting

Dave woonde daarna in een gezinsvervangend tehuis en in een semi-residentiële setting. Het werkte voor hem, gelukkig. Voor mijn ouders gold: Dave was één van hun kinderen, ze gaven hem niet op. Er was alleen een nieuwe gezinssituatie. We bezochten hem vaak en hij kwam thuis met de feestdagen. Hij bleef in de gesprekken aan tafel.

Wat mijn ouders feitelijk aan ons voorleefden was: stel je open voor anderen en vel geen oordeel. Ook niet over Dave’s ouders of het vroegere pleeggezin. Hun focus was ‘er zijn’, warm en onvoorwaardelijk, voor ál hun kinderen.

Wat mijn ouders feitelijk aan ons voorleefden was: stel je open voor anderen. Vel geen oordeel.

Hoe beschadigd Dave als kind ook was, hoe ingewikkeld zijn gedrag: ze bleven naar hem kijken als ‘hij is maar een kind en hij heeft ons nodig’. Dat heeft ons – mij – gevormd. Door de houding en vasthoudendheid van mijn ouders, ook later, kon Dave uiteindelijk vertrouwen teruggeven. Ik zie dat hij dat doorgeeft aan zijn dochter. Dat is gaaf!

Snappen wat er anders is

Mijn ervaring als zusje van Dave werkt door in mijn praktijk als kinderpsycholoog. Ik denk dat het had geholpen als ik destijds een beetje had begrepen wat er gebeurde in het hoofd van Dave. Nu geef ik psycho-educatie aan kinderen, om uit te leggen wat er zo anders is in het hoofd van het broertje of zusje met bijvoorbeeld ADHD of autisme.’

Esther is kinder- en jeugdpsycholoog en orthopedagoog. Esther geeft leiding aan een team van kinder- en jeugdbehandelaren bij (complexe) psychologische problemen.

Download het verhaal als pdf


30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 9 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.