PETER over EVA

‘Mooi om een mens bij te staan in zo’n moeilijke fase’

Ik ken Eva al vele jaren. Inmiddels is ze volwassen, maar als kind heeft ze van alles meegemaakt in haar leven. Ze heeft daarvoor onder andere bij ons een lange en intensieve behandeling gehad.

Zo’n tien jaar geleden was ik naast behandelaar ook directeur bij Accare . In die periode stuurde Eva mij een brief, waarin ze beschreef hoe zij het separeren had beleefd, en alle dwang en drang die daarmee te maken had. Ik nodigde haar uit voor een gesprek en we hebben uitgebreid gesproken over haar ervaringen. Haar verhaal maakte grote indruk op me. Separeren is gewoon te pijnlijk, dacht ik. Dit moet anders kunnen.

In die tijd wisten we al, op basis van literatuur, dat we in Nederland relatief veel separeerden. Als organisatie dachten we dat het niet anders kon. Maar wat leverde separeren eigenlijk op? In ieder geval zagen we dat het heel ingrijpend was voor de betreffende jongeren.

Het verhaal van Eva was de druppel en we besloten dat het anders moest. Naast de literatuur en onze eigen ervaringen hielp dit gesprek me om te besluiten te gaan stoppen met separeren. Inmiddels zijn we daarin geslaagd.

Het verhaal van Eva was de druppel en we besloten dat het anders moest.

Voor mij laat dit zien dat je met cliënten en patiënten moet omgaan zoals je met iedereen omgaat. Later begreep ik dat er mensen waren die dachten: ze kan wel een brief sturen, maar daar doet de directeur toch niets mee. Maar dat deed ik wel, iets wat me niet bijzonder leek. Het is belangrijk om open te staan en goed te luisteren naar het verhaal van patiënten. En daarbij nieuwsgierig te blijven: kan iets ook op een andere manier?

Later had ik samen met een collega Eva in behandeling. Die ‘dialectische gedragstherapie’ leidde ertoe dat zij helemaal stopte met zichzelf beschadigen en met haar suïcidepogingen. Behandeling geslaagd dus? Tegelijkertijd wisten wij uit onderzoek dat mensen door deze behandeling weliswaar stoppen met het beschadigende gedrag, maar dat ze niet echt gelukkig worden. Op dat moment was echter geen betere behandeling beschikbaar. De behandeling was dus ook niet geslaagd.

Eva heeft dit zelf ook eens tegen me gezegd, toen ze haar leven weer had weten op te pakken. “Het is toch raar: ik heb een lieve man, een leuk kind en ik kan het goed vinden met m’n familie. Maar toch word ik maar niet gelukkig. Blijkbaar zit dat er voor mij niet in.”

Ik weet wat Eva allemaal doorgemaakt heeft. Ik weet wat we in de behandeling ingezet hebben, steeds weer op basis van de nieuwste kennis. We konden redelijk tevreden zijn, want feitelijk gezien kreeg ze een stabiel leven. Maar ja, het bleef jammer dat ze niet gelukkig was.

Inmiddels werkt Eva bij ons als ervaringsdeskundige. Daardoor heb ik nog steeds contact met haar, vele jaren na het afsluiten van haar behandeling. Een tijd geleden hadden we beiden een verhaal gehouden bij een bijeenkomst over jeugdzorg. We reden met nog een collega terug naar huis. Het was donker, ze zat naast me in de auto, en ze vertelde over van alles. En ineens zei ze: “Ik ben toch zo gelukkig de laatste tijd!“

Het was al een emotionele avond. Maar dat ze mij dit vertelde, emotioneerde mij nog meer. De therapie had haar niet alleen een eind verder geholpen in haar leven. Ze bleek ook nog eens hartstikke gelukkig te zijn. Voor mij was dat een enorme bekrachtiging van mijn werk.

Ze bleek ook nog eens hartstikke gelukkig te zijn. Voor mij was dat een enorme bekrachtiging van mijn werk.

Hoe mooi kan het zijn om een mens bij te staan in zo’n moeilijke fase. En kennelijk moet je dan geduld hebben om resultaat te zien.

Ik denk dat we in het jeugddomein veel vaker moeten terugkijken: wat wordt er nu eigenlijk van de mens die wij hebben bijgestaan in zijn ontwikkeling? Op deze manier reflecteren is leerzaam, omdat soms blijkt dat ons handelen weinig oplevert. Dat geldt bijvoorbeeld voor uithuisplaatsingen. In Nederland plaatsen we veel kinderen uit huis, naar eer en geweten. Maar we realiseren ons niet genoeg wat hiervan de gevolgen zijn op de lange termijn. Vaak blijken die niet zo fraai te zijn.

En soms kijk je terug en zie je dat je handelen nog meer heeft opgeleverd dan je dacht. Dat iemand uiteindelijk toch gelukkig is geworden. Toen Eva mij dat vertelde, jaren na afsluiting van haar behandeling, dacht ik: dit werk is nog veel mooier dan ik dacht.

Peter is kinder- en jeugdpsychiater en bestuurder van Accare.

Download het verhaal als pdf

30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 7 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.