ERIK over EVI

‘Heb geen oordeel, zie wie ik ben’

Daar stond Evi in haar eentje in die grote gang, haar ouders waren net vertrokken, haar koffer nog onuitgepakt. Een klein ingetogen meisje zag ik, dat niet wist wat te doen of waar te gaan. Ik stak mijn hand naar haar uit en zonder aarzelen pakte zij deze aan. Ik nam haar mee naar de woonkamer. ‘Dit zijn de andere jongeren op deze groep. Ga lekker een spelletje met elkaar doen’, zei ik.

Maximaal twaalf weken zou zij op onze gesloten groep verblijven. Hier werken wij intensief met jongeren die suïcidaal zijn. Van Evi was ik mentor. Haar suïcidegedachten waren niet acuut, wel beschadigde ze zichzelf en men vermoedde dat er gedragsmatig veel speelde. Op een ochtend in haar derde week hoorde ik bij de overdracht dat Evi zich niet goed voelde.

Ze uitte direct haar suïcidale gedachten toen ik haar opzocht. Ik luisterde en zag de spanning in haar afnemen. ‘Heb je op dit moment plannen voor zelfdoding?’ vroeg ik haar. ‘Nee’, antwoordde ze. We spraken daarom af dat we er de volgende ochtend verder over zouden praten. Maar later die dag ging het toch mis. Evi had een serieuze suïcidepoging gedaan. Mijn collega’s waren er behoorlijk van ontdaan.

Geregeld lees ik over agressieve uitbarstingen en gestelde diagnosis. Als ik hierin mee ga, staat iemand al met 5 0 achter.

In mijn postvak vond ik een brief met de woorden: ‘Sorry Erik, ik heb me niet aan onze afspraak gehouden.’

Met de brief nog in mijn hand liep ik naar haar toe. Ze vertelde dat zij het makkelijker vond om te schrijven dan te praten. Voortaan zou zij opschrijven wat ze kwijt wilde of zelfs kwijt moest, spraken we af. Die brief zou ze in een open, ongeadresseerde envelop in mijn postvakje leggen, zodat deze ook inzichtelijk was voor mijn collega’s. ‘Waar heb je nog meer behoefte aan?’, vroeg ik haar. ‘Dat je geen oordeel hebt over wat ik schrijf, Erik’, antwoordde ze. ‘En stel geen vragen.’ Dit beloofde ik haar. Als ze wilde napraten over haar brief, zou ze zelf naar mij toekomen. Op deze manier heeft Evi veel verteld en veel gevoelens geuit. Ze raakte zo meer vertrouwd met wie ze was en wat ze deed, bovendien kregen wij er een inkijkje in.

Spannend om haar los te laten

Als de spanning in haar opliep, nam ik haar graag mee naar de piano. Daar speelde en zong zij de druk van zich af. Ik hoor nog geregeld liedjes op de radio voorbijkomen, die me aan Evi doen denken. Na twaalf weken hard werken mocht ze naar een besloten groep binnen onze instelling.

Ik vond het spannend om haar los te laten: had ze genoeg meegekregen van ons team om deze nieuwe vrijheden aan te kunnen? Collega’s van haar nieuwe groep hielden mij op de hoogte van haar situatie en vroegen me soms om langs te komen als ze niet meer wisten wat met haar te doen.

Ook ging Evi daar therapie volgen. Binnen onze instelling is het gewoonte dat er groepsleiding aanwezig is bij de therapie. Wanneer nodig kan hierover worden nagepraat met de jongere. De eerste paar keer ging er iemand mee van haar nieuwe groep, maar al snel kwam de vraag of ik dit voor mijn rekening wilde nemen. De instelling wilde dit graag faciliteren.

Zo’n therapie is heftig. Het raakte me dat zij zichzelf zo durfde te laten zien. Dat zij al die gebeurtenissen en trauma’s die haar gebracht hadden tot waar ze was, wilde delen. Dat ze ervoor koos zo hard aan zichzelf te werken. Na enkele maanden was Evi klaar om naar een kamertrainingsgroep te gaan in Nijmegen en kon zij voorzichtig haar opleiding oppakken. Ik gaf haar de map mee waarin ik al haar brieven had bewaard. ‘Wie weet helpen ze je ooit’, zei ik. Via de werkmail hielden Evi, haar ouders en ik contact en hoorde ik dat ze een boek aan het schrijven was over haar leven en hetgeen haar geholpen had. De eerste exemplaren werden zelfs aan haar vader en aan mij uitgereikt.

De dankbaarheid van haar en haar ouders deed me goed. Het vormde een motivatie om door te gaan, om een positief effect te hebben op jongeren die vaak zeer getraumatiseerd zijn. Ik hoop ze mee te geven dat ze het waard zijn om te leven en dat, ongeacht hoe je eruit ziet of wat je hebt meegemaakt, er altijd dingen zijn om voor te knokken.

‘Heb geen oordeel, zie wie ik ben’

Met weinigen houd ik zo lang contact, de een komt, de ander gaat. Daarin is Evi voor mij een uitzondering. Maar wat mij vooral zal bijblijven, is hetgeen ik van haar heb mogen leren: heb geen oordeel, zie wie ik ben. Dagelijks herhaal ik deze zin in mijn hoofd. Een oordeel hebben, kan het contact enorm in de weg staan, maar onbewust is een oordeel zo gevormd. Zeker in ons werk, waar jongeren vaak al dikke dossiers hebben opgebouwd voordat ze op onze groep komen. Hierin staat nooit wat een jongere goed doet, wat hem of haar leuk, lief of bijzonder maakt. Geregeld lees ik over agressieve uitbarstingen en gestelde diagnoses. Als ik hierin mee ga, staat iemand al met 5 0 achter. Hoe mooi is het als een jongere binnen kan komen op de manier zoals hij of zij is, met aandacht voor zijn of haar kwaliteiten! Deze houding heeft me rust gebracht in m’n werk en meer zelfvertrouwen gegeven.

Dit verhaal is onderdeel van een tweeluik. Lees verhaal nummer 3 voor de perspectieven van Evi.

Download het verhaal als pdf


30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 4 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.