Projectleider Marianne Volaart: ‘Iedereen kan iets doen’

Week tegen Kindermishandeling gaat over samenwerken en betekenisvol verbinden

Marianne VolaartElkaar inspireren en ervoor zorgen dat je als professional aangehaakt bent. Expertise en ervaring delen en in de samenwerking elkaar vinden, zodat je betekenisvol kunt verbinden  in het belang van het kind. Volgens Marianne Volaart, projectleider van de Week tegen Kindermishandeling, helpt de Week hierbij. ‘De Week is een middel, het doel is dat we de overige 51 weken óók van elkaar leren en écht verbinden voor het kind.’

In de ruim 12 jaar dat Marianne Volaart werkzaam is in de jeugdsector, heeft ze zich op verschillende manieren ingezet voor de aanpak van kindermishandeling. Als ontwikkelingspsychologe organiseerde ze groepspreventie programma’s voor kinderen die getuige waren van huiselijk geweld ‘Het heeft indruk gemaakt dat er zoveel kinderen in aanmerking kwamen voor de groepen. We ontdekten ook dat er meer nodig was, in de samenwerking tussen de professionals maar ook in de hulp voor de gezinnen en kinderen zelf’. Het bevorderen van samenwerking en samenhang is nog steeds een belangrijke pijler in haar werk.

In actie komen

Bij kindermishandeling denken mensen vaak aan fysiek geweld maar het gaat ook om kinderen die verwaarloosd worden, getuige zijn van geweld of kinderen die voortdurende stress ervaren doordat hun ouders ernstige problemen hebben. Bij lang niet al deze kinderen zie je signalen die erop wijzen dat er sprake is van kindermishandeling maar dat neemt niet weg dat de gevolgen ervan op de korte maar ook de langere termijn groot zijn. We weten dat het stresssysteem van deze kinderen ernstig ontregeld raakt en dat heeft gevolgen voor hun toekomst. Het is dan ook belangrijk dat we niet wachten maar in actie komen en samen de veilige ontwikkeling van kinderen versterken. Jongeren en ouders die zelf slachtoffer zijn (geweest) van mishandeling vertellen steeds vaker over hun ervaringen. ‘We kunnen als professionals veel van hen leren, ik ben heel blij dat in de Week tegen Kindermishandeling  extra aandacht aan hun verhaal besteden.’

Meters maken

Volgens Volaart heeft iedereen een verantwoordelijkheid in de aanpak van kindermishandeling. ‘Als we ons realiseren dat we allemaal een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan veiligheid en herstel én dat we elkaars expertise nodig hebben dan komen we verder. Haar drijfveer: ‘Elk kind heeft het recht om gezond en veilig op te groeien.’ Volaart wil samen met professionals meters maken: ‘Het is belangrijk dat we meer krachten bundelen, dat begint bij het bespreekbaar maken en samen met ouders en professionals bouwen aan duurzame veiligheid. Kindermishandeling is niet een eenmalige of op zichzelf staande gebeurtenis het vraagt om duurzame oplossingen en bij sommige gezinnen om meer inzet. Dat betekent niet dat we voor gezinnen oplossingen bedenken of aanbod op aanbod stapelen maar dat we mét gezinnen meer gaan doen wat nodig is. Lichte hulp als dat volstaat, maar ook zo zwaar als nodig, écht maatwerk’.

Elkaar opzoeken

'In de Week doen we een beroep op de 1,2 miljoen professionals die een belangrijke rol hebben in het voorkomen en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij maken het verschil door in actie te komen als ze zich zorgen maken. Zorgen bespreken maar ook elkaar opzoeken, advies vragen: dat gesprek mag veel vaker gevoerd worden. Kortom: werk samen én in samenhang en, benut elkaars expertise en maak gebruik van de kennis en ervaring die er is, leer van elkaar’. De Week helpt daar een handje bij door professionals te verbinden en inspirerende voorbeelden te delen. ‘In de activiteiten van de week komen verbindingen tot stand doordat mensen elkaar ontmoeten en ervaring en expertise uitwisselen. Op die manier bouwen we samen verder aan de sterkste aanpak van kindermishandeling.’